zondag 27 januari 2013

De mazen van het net


Vorige week werd mijn aandacht getrokken door volgend bericht in de online editie van Het Belang van Hasselt: ‘De Brug bestrijdt armoede met hulpverlening, vorming en actie’. “De Brug is een vereniging waarin armen het woord nemen, lees ik. Ze kan terugblikken op een hele staat van verdienste. In de loop der jaren heeft ze heel wat mensen met financiële en andere problemen uit de eenzame ellende samengebracht en een stem gegeven”.

Ik vind het hartverwarmend om te lezen dat zoveel mensen  zich dagelijks – vaak belangeloos  als vrijwilliger - inzetten voor de zwakkeren in onze maatschappij. Meer en meer mensen vallen immers door de mazen van het maatschappelijke net door ziekte, armoede, ouderdom enz.. En dat aantal groeit nog. De economische crisis heeft meedogenloos toegeslagen bij veel mensen, wat niet alleen zorgt voor meer materiële armoede, maar – in het kielzog daarvan – meer sociale isolatie en emotionele eenzaamheid. Zeker in tijden waarin zelfredzaamheid gelijk staat aan succes.

Bovendien houden professionele zorg- en hulpverleners - door de verregaande bezuinigingen en het doorgedraaide efficiëntiestreven - steeds minder tijd over om tijd te besteden aan de mens achter de patiënt of hulpbehoevende. Want zieken, ouderen, enz. hebben meer nodig dan wat voorzien is door de sterk afgeroomde budgetten en krappe werkroosters.  Het is bij uitstek een groep die nood heeft aan een luisterend oor, een glimlach en een opbeurend gesprek.

Om dergelijke noden te ondervangen doen veel organisaties een beroep op vrijwilligers. Omdat  ‘tijd’ tegenwoordig schaars is, is het echter niet meer evident om die te vinden. Vooral het segment jonge mensen – meestal opgeslorpt door gezin en werk – is klein. 

Zelf ben ik sinds kort als vrijwilliger aan de slag in een organisatie in Leuven. In tegenstelling tot de meeste mensen, heb ik de luxe om over extra vrije tijd te beschikken, die ik graag zinvol doorbreng. Binnen deze organisatie werk ik met mensen die kort of langdurig ziek zijn en op zoek zijn naar een luisterend oor of praktische vragen hebben rond hun ziekte. Ook de ruime omgeving van de patiënt is welkom. Voorlopig blijft mijn inzet beperkt tot het schrijven voor het driemaandelijkse tijdschrift, het beheren van een Facebookpagina enz.. Ondertussen volg ik de opleiding die voorzien is voor vrijwilligers. Geen overbodige luxe, want je hebt nog altijd te maken met mensen en die zijn kwetsbaar en uniek, net zoals u en ik. 

Wilt u ook uw steentje bijdragen? Ga dan op zondag 27 januari even langs voor een kennismaking met de mensen van De Brug Hasselt vzw op hun pannenkoekendag. 
Of neem een kijkje op hun website waar je onder meer een petitie kunt ondertekenen.

Meer informatie over vrijwilligerswerk: http://www.vrijwilligerswerk.be/  


Photo credit: vagelis xenos via photopin cc

vrijdag 18 januari 2013

Jaar van de smaak


Januari is traditioneel de maand van de wensen. Ook de stad Hasselt klinkt morgen op 2013 tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsdrink. Een waardevol initiatief, vind ik. Wensen maak je niet – zoals vele miljoenen Belgen dit jaar – over op Facebook of via een gratuit sms’je, maar op een persoonlijke en creatieve manier. Zo trek ik jaarlijks bewust tijd uit om iedereen in mijn naaste omgeving een passende wenskaart met een persoonlijke boodschap te sturen. Deze jaarlijkse gewoonte begint al vroeg op het jaar met het selecteren van de wenskaarten. Zo is mijn moeder dol op katten – zij krijgt dus een poezenkaart – en houdt mijn schoonmoeder van bloemen. Vervolgens begin ik eind november na te denken over een persoonlijke boodschap voor de ontvanger. Zo wens ik die ene vriend – een vrijgezel tegen wil en dank – een bloeiende liefde toe of dat ijverige nichtje veelbelovende schoolresultaten. U kunt me ouderwets noemen, maar zo’n persoonlijke wens haalt het toch op de talloze digitale alternatieven.

Januari is ook de maand van de voornemens.....Ook ik maak jaarlijks een indrukwekkende lijstje. Tegen beter weten in, want nog voor het einde van januari moet ik vaststellen dat menig voornemen al gesneuveld is. Waar ik dit jaar vooral benieuwd naar ben zijn de ambities van de stad Hasselt. 2012 was immers geen gemakkelijk jaar voor de Limburgse regio. Zo was er het economische én persoonlijke drama bij Ford Genk dat zich overal laat voelen. Het was ook een politiek tumultueus jaar. Zo zorgden de laatste gemeenteraadsverkziezingen voor een herverdeling van de kaarten. Misschien kan ik de stad Hasselt een handje helpen met het formuleren van voornemens voor dit jaar? Zo wens ik dat ze gestadig blijft inzetten op het stimuleren van de lokale economie gestoeld op de vele kernkwaliteiten van de stad en de provincie Limburg. Een economie die niet slaafs ingaat op de eisen van buitenlandse multinationals, maar eentje die op een vooruitstrevende manier investeert in de jongeren van vandaag.  Niet alleen door haar vol te proppen met kennis en weetjes, maar ook door het aanleren van vaardigheden zoals kritisch en creatief denken en handelen. Ook hoop ik dat Hasselt verder inzet op haar imago van hoofdstad van de smaak. Niet alleen op culinair vlak –  zoals met het vorige week aangekondigde evenement ‘Limburg Proeft’ - , maar ook op het vlak van cultuur, toerisme, ontspanning en welzijn. Alleen op die manier kunnen we samen werk maken van een stad die vastberaden de weg effent voor een beloftevolle toekomst. 

Photo credit: Renato Leme via photopin cc

Een boompje opzetten


De periode voor Kerstmis is voor mij steevast de fijnste en warmste periode van het jaar. 
Dit jaar wordt trouwens heel bijzonder: ik vier het feest namelijk voor het eerst in Hasselt én samen met de man van mijn leven.

Toch moet ik bekennen dat ik dit jaar niet onverdeeld gelukkig ben als ik om me heen kijk. Meer nog dan de vorige jaren valt het mij op hoe het commerciële aspect van Kerstmis in de verf wordt gezet.  Bovendien vervagen meer en meer de grenzen tussen de verschillende feesten. Zo was Sinterklaas amper in het land of de reclamefolders met kerstcadeautjes vielen al in de bus.

Is het een teken van onze tijd dat we steeds sneller en bij voorkeur meer moeten consumeren? Of heeft de economische crisis dit jaar zodanig hard toegeslagen dat  winkeliers nog snel voor het eindejaar hun stock de deur uit moeten werken? Wat nog meer is: al die materiële zaken  dragen niet bij tot ons geluk. Denk maar aan het stijgende succes van sites zoals eBay waar talloze overbodige geschenken gedropt worden op zoek naar een nieuwe eigenaar? Het fenomeen doet mij denken aan een passage uit het boek van Paul Verhaeghe ‘Identiteit’ waarin hij verwijst naar de huidige generatie die meer en meer het antwoord op ‘de grote vragen’ zoekt in consumeren. Een gevolg van de jarenlange tirannie van het neoliberale gedachtegoed. 

Niet toevallig lanceerde Bond Zonder Naam deze week ook haar campagne tegen eenzaamheid. Ondanks de overvloed aan communicatiemiddelen zoals sociale media, voelen we ons eenzamer dan ooit. Moet die ongebreidelde consumptiedrang onze sociale armoede compenseren, vraag ik mij af?

Gelukkig is er ook hoop. Zo las ik vorig weekend in de krant een getuigenis van een fan van de omstreden Smaakboom. Zoals vele anderen had zij maar liefst veertien borden aangebracht. Ondaks het feit dat ze meer van een groene boom hield, vond zij deze editie toch  erg bijzonder en mooi. Het lezen van dit bericht maakte mij eensklaps vrolijk. Een kerstboom waaraan menig Hasselaar heeft bijgedragen is toch bij uitstek het symbool van verbondenheid. Een teken dat deze stad staat voor verbinding en solidariteit. 

Laten we voor dit jaar de cadeautjes achterwege laten en zo’n bordje uit de Smaakboom bijschuiven aan de kerstdis. Wedden dat niemand uw aanbod afslaat?


Photo credit: gato-gato-gato via photopin cc

Een koud kunstje



November in Hasselt stond helemaal in het teken van de kunst. De Stedelijke Academie voor Schone Kunsten vierde haar 150e verjaardag en ook het kunstencentrum Z33 mocht tien kaarsjes uitblazen.  Dat beide verjaardagen op zoveel publieke belangstelling konden rekenen is voor mij een teken dat Hasselt barst van de creativiteit. Bovendien is het een fijne gedachte dat dergelijke initiatieven op duurzame wijze ondersteund worden door de stad die ik nu al enige maanden als mijn thuis beschouw.

‘Kunst’ – in de brede zin van het woord - speelt al heel mijn leven een belangrijke rol. Het begon al in de kleuterklas toen ik mijn moeders keukenkast –  het perfecte poppenhuis in mijn ogen - van een vrolijk kleurtje voorzag. Ook toen ik ouder werd liep de behoefte om mijn creativiteit te uiten – op allerlei fronten zoals schrijven, tekenen, schilderen,... –  als een rode draad door mijn bestaan. Niet alleen in mijn vrije tijd - als uitlaatklep voor mijn eindeloze fantasie- , maar ook op professioneel vlak heeft creatief bezig zijn me nog geen windeieren gelegd. Één van de eerste dingen die ik dan ook deed toen ik in Hasselt kwam wonen was me inschrijven aan de academie. Een beslissing waar ik nog geen spijt van heb gehad. 

Kortom, zichzelf als individu of als overheid engageren in ‘k(K)unst’ of ‘kunstonderwijs’, dat is investeren in de toekomst. Zo staat het ook in de catalogus die de Stedelijke Academie uitbracht ter gelegenheid van haar 150e verjaardag: “De enorm rijke ervaringen met de beeldende kunst, zowel in analoge als digitale toepassingen, (onder andere met animatiefilm) heeft een levenslange positieve invloed en betekenis voor zoveel enthousiaste en talentvolle kinderen uit de stad Hasselt en regio”.  Door te investeren in kunst bereidt een overheid zich samen met de toekomstige generatie voor op een kenniseconomie waar creativiteit en specialisatie hoogtij vieren. Misschien worden we op die manier ook iets minder afhankelijk van grote multinationals – zoals Ford – die bandwerk en massaproductie verhuist naar landen waar de dollar de plak zwaait. Misschien moeten we dan ook de ‘creativiteits-index’ – naast de loonindex -invoeren, als barometer van het economische klimaat. Een koud kunstje toch, voor de creatieve bollebozen in de Wetstraat?

Photo credit: MyTudut via photopin cc

Te boek of niet te boek


Vorige week bezocht ik – naar jaarlijkse gewoonte - de Antwerpse boekenbeurs. U kunt het misschien al raden, maar ook voor boeken heb ik een zwak. Een passie – volgens mijn naasten veeleer een ‘manie’ - die zich niet alleen uit in het lezen van boeken, maar ook in het hamsteren ervan. Bovendien beperkt mijn verzamelwoede zich niet tot vederlichte pocketformaten, maar prijken er ook talrijke kunstboeken – lees ‘zware turven’ – in één van mijn vele boekenkasten. Vraagt u het maar aan mijn vriend. Uitgerekend op de warmste dag van dit jaar heeft hij tientallen dozen – met boeken, wat anders? - van Gent naar Hasselt versjouwd. Hij kijkt alvast reikhalzend uit naar de dag dat e-books steevast het papieren equivalent zullen vervangen.  

Mijn passie voor boeken gaat zelfs zo ver dat het me ooit aanzette tot het studeren van bibliotheek- en informatiewetenschappen. Al dient gezegd dat ik – pas na enige jaren - ontdekte dat bibliotheken maar bitter weinig om boeken draaien, maar vooral om mensen zoals u en ik. 

De bibliotheek hier in Hasselt was dan ook één van de eerste plaatsen die ik bezocht als kersverse inwoner van Hasselt.  Het is namelijk een gegeven dat mijn leeshonger zich niet beperkt tot mijn eigen voorraad – die ik  nochtans met enige regelmaat van nieuwe boeken voorzie – maar ook tot andere – bij voorkeur meer uitgebreide - collecties. 

Een eeuwig probleem van de fysieke bibliotheek blijft echter de beperktheid van de collectie en het feit dat net dat ene boek dat jij zo graag wilt steevast is uitgeleend.  Dit euvel dwong me dan ook om op zoek te gaan naar een boekenwinkel in Hasselt.  Het dient gezegd: de oogst viel vrij mager uit. Wel enigszins verrassend voor een stad waarin Hendrik van Veldeke, de eerste Nederlandse schrijver die we bij naam kennen, ooit het licht zag. Nu moet ik toegeven dat ik op dat vlak wel danig verwend was in Gent waar – naast de grote ketens – nog plaats is voor de kwalitatieve, kleinschalige boekhandel waar deskundigheid én het vermogen om de klant te verrassen nog centraal staan.  Toch blijft die ene vraag hangen: is de kritische massa hier te klein voor een eigenzinnige boekhandel, ligt het aan de boekhandelaars,...? Joost  mag het weten.

Nu, ik blijf alvast niet op mijn honger zitten en heb me ingeschreven voor de leesgroep die begin december van start gaat in literair café én boekhandel De Tijd Hervonden. U komt toch ook?

Photo credit: Felix Schmidt Photography (Fiduz) via photopin cc

Mag het iets meer zijn?


Vorige week werd mijn aandacht getrokken door een kleurrijke folder die uitnodigt om te komen proeven van één van de vele markten in Limburg.

Nu moet u weten dat ik toevallig een zwak heb voor markten. Waar ik ook kom, ik moet en zal de plaatselijke markt bezocht hebben. Momenteel woon ik op het Dusartplein in Hasselt, dus op dat vlak ben ik wel echt verwend: zo heb ik de markt twee maal per week binnen handbereik. Om nog maar te zwijgen van de gezellige antiek- en brocantemarkt op zaterdag waar menige curiosa wachten op een tweede leven.

De levendige marktcultuur hier in Hasselt, en meer algemeen in het Limburgse, is trouwens één van die dingen die me ‘verleid’ hebben om van Gent naar de andere kant van het land te verhuizen. Ik ben namelijk vegetariër en dus is het groene Limburg een waar walhalla van groenten en fruit voor mij.  Bovendien ziet u mij geregeld zeulen met kilo’s fruit voor het bereiden van mijn beruchte confituren.

Nu hebben we in Gent ook wel enige markten van formaat. Denk maar aan de wekelijkse boeken- en bloemenmarkt, de wekelijkse Vrijdagmarkt , de biomarkt, .... enz.. Toch bieden de markten hier – meer specifiek in het Hasseltse – net dat beetje meer.

Zo is de wekelijkse markt op het Dusartplein een perfecte afspiegeling van van de lokale economie en samenleving. Een staalkaart van de couleur locale, als het ware.
Wat mij vooral aantrekt is het feit dat hier vele lokale, kleinschalige bedrijven en sociale tewerkstellingsprojecten zoals De Wroeter,  De Winning, de geitenboerderij in Peer, enz. hun vaste stek veroverd hebben. Deze mix overgoten met een sausje van Limburgse gastvrijheid biedt voor mij telkens weer een aangename uitstap uit de dagelijkse waan.

In tegenstelling tot de negatieve vooruitzichten op de Limburgse economie zie ik het persoonlijk niet zo somber in. Misschien moeten we wel terug naar de kleinschaligheid van de lokale warenmarkt waar vraag en aanbod hand in hand gaan en waar nog plaats is voor menselijkheid en eerlijke en dier-en milieuvriendelijke teelt en handel?

Toch nog dit. Soms leidt het verse en verleidelijke aanbod van een markt ook tot heikele toestanden. Zo werd ik onlangs nog ongewild betrokken in een mondeling speergevecht over welke klant nu recht had op die o zo verleidelijke laatste krop sla. Zo zie je maar dat  ook een onschuldig tijdverdrijf als het bezoeken van een markt uw gezondheid kan schaden. U bent gewaarschuwd.

Photo credit: dachalan via photopin cc

Vlaaien en andere culinaire misverstanden



U zult wellicht verbaasd zijn te vernemen dat u hier regelmatig een stukje zult lezen van een geboren en getogen Gentse. Ik kan u alvast gerust stellen. U bent niet de enige. Toen ik enkele maanden geleden mijn familieleden en vrienden op de hoogte bracht van mijn plannen om naar de andere kant van het land – meerbepaald naar Hasselt – te verhuizen trokken ook zij grote ogen. Wat had Hasselt meer te bieden dan een wereldstad als Gent? Of ‘moest’ ik misschien verhuizen voor mijn werk? Dezelfde reactie kreeg ik onlangs van enkele Hasselaren. Waren zij dan vergeten – dacht ik bij mezelf - dat zij het voorrecht genoten te wonen in de ‘Hoofdstad van de Smaak’? 
In het kader van deze slogan is de stad Hasselt momenteel op zoek naar tijdloze Hasseltse smaken: voorwerpen, personen, plaatsen enz. die voor de Hasselaren symbool staan voor de Hasseltse smaak in al zijn facetten.

Mijn eerste culinaire ontdekking hier was – zoals u wel kunt raden – de Hasseltse speculaas. De enige echte, welteverstaan. Niet het flauwe afkooksel dat men in menig supermarktrek vindt. Neen, de speculaas die men bij een selecte club Hasseltse bakkers kan kopen. Bovendien is speculaas, zo leerde ik, geen ‘speculoos’ zoals we die in de rest van Vlaanderen kennen. 

Nu, zoals u misschien wel weet, kan ook Gent trots zijn op haar culinaire erfgoed. De ondertussen befaamde ‘cuberdon’ of ‘Gents neuzeke’ is wellicht het meest bekende voorbeeld. Om nog maar te zwijgen van de Gentse ‘mastellen’ – overheerlijk gestreken met bruine suiker zoals weerman Armand Pien ze het liefste had – en al dat andere lekkers. Je kan er in Gent niet naast kijken: overal vind je kraampjes die het mierzoete snoepje aan de man brengen. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik onlangs op de jaarmarkt in Hasselt een marktkramer ontdekte die enthousiast de enige echte cuberdons stond aan te prijzen. Zo vond ik toch nog een stukje Gent terug in Hasselt. 

Nu zijn er nog enige gelijkenissen tussen speculoos en speculaas, maar onlangs had ik te maken met een waar culinair misverstand, nl. vlaaien. Nu moet u weten dat ik opgegroeid ben in de Gentse deelgemeente Oostakker, waar jaarlijks de ‘vlaaiendinsdag’ wordt gevierd. Het smeuïge, bruinkleurige gebak met knapperig korstje dat mijn moeder steevast met de kermis bakte, leek in de verste verte niet op de fruitige vlaaien die ik hier bij de bakker in de etalage zag. 

Ongetwijfeld staan me de komende weken en maanden nog dergelijke verrassingen te wachten. Ik deel ze graag met u.

Photo credit: dhammza via photopin cc