donderdag 25 juli 2013

Afscheid




Voor het eerst voelt het schrijven van deze column een beetje onwennig aan. Het is namelijk de laatste keer dat ik voor deze krant verslag uitbreng van mijn wedervaren als geboren en getogen Gentse in Hasselt.

Na amper een jaartje hebben mijn vriend en ik besloten om andere en nieuwe horizonten te verkennen. Niet omdat we op deze stad uitgekeken zijn. Integendeel zelfs. Als ik mijn columns van het afgelopen jaar bekijk, hebben heel wat verschillende onderwerpen mijn pen in beweging gezet.  Een overzichtje...

Het eerste waaraan ik mijn hart verloor was de Hasseltse speculaas. De enige echte, welteverstaan. Niet het flauwe afkooksel dat men in menig supermarktrek vindt. Neen, de speculaas die men bij een selecte club Hasseltse bakkers kan kopen. Wat me ook niet onberoerd liet was de levendige cultuur en de charme van de markt op het Dusartplein. Vooral de vele lokale, kleinschalige bedrijven en sociale tewerkstellingsprojecten konden op mijn wekelijkse bezoekje rekenen.

Toch was ik niet altijd even positief gestemd over Hasselt. Vooral de leegstand, de lawaaioverlast en de afgekalfde cultuursubsidies waren onderwerp van mijn verontwaardiging. 

Ten slotte, kwamen ook mijn stokpaardjes kunst en literatuur meermaals aan bod. 
Vooral het tekort aan kleinschalige en kwalitatieve boekhandels was een doorn in mijn oog. Ik stelde mezelf voorzichtig de vraag: is de kritische massa hier te klein voor een eigenzinnige boekhandel, ligt het aan de boekhandelaars,...? Het antwoord moet ik tot nu toe schuldig blijven. De vele redenen waarom de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten in Hasselt 150 kaarsjes mocht uitblazen vorig jaar ondervond ik zelfs aan den lijve door mij in te schrijven aan de opleiding tekenen, wat garant stond voor een gezonde dosis ontspanning.

En dus binnenkort is het tijd voor het inrichten van een eigen nest, voor het verkennen van een nieuwe stad.  Een stad die nu net zo onbekend is als Hasselt toen ik hier een jaar geleden neerstreek. Toch is het geen afscheid, maar veeleer een prettig weerzien door de vele vrienden en familie die we hier achterlaten.

Nog een laatste wens: ik hoop dat ik met deze columns – en mijn blog ‘Hasseltse Curiosa’ - toch een klein stukje van mezelf hier achterlaat. Als dank voor de vele mooie herinneringen die ik nu met mij meeneem... Ze verdienen zeker en vast een mooi plaatsje in mijn hart!

Photo credit: Ennor via photopin cc

maandag 1 juli 2013

Kunst met de schaaf

Vorige week kondigde de stad Hasselt  aan dat ze ongeveer zeven tot tien procent zal besparen op culturele activiteiten. Dit nieuws komt niet helemaal onverwacht. Heel wat   steden en gemeenten verkeren momenteel in financieel noodweer. Ook in Limburg. Zo zagen het cultuurcentrum en de bibliotheek in Genk hun programmabudget al gekort, onder meer door de hoge druk van de sluiting van Ford Genk op de stedelijke inkomsten. Nu is het dus ook de beurt aan Hasselt.

Dit betekent concreet dat onder andere het cultuurcentrum Hasselt het komend seizoen moet stellen met ruim 150 000 euro minder, drie werknemers worden niet vervangen en cursussen en educatieve projecten worden afgeschaft. Ook het Modemuseum in Hasselt krijgt rake klappen. Van zijn benodigde budget voor de expositie 25 jaar Modemuseum Hasselt in 2014 gaat de helft af, terwijl op de buitengewone begroting (voor gebouw, collectie…) slechts 25% van de gevraagde bedragen is toegekend. En noem maar op.

Dergelijke berichtgeving stemt me allerminst vrolijk. ‘Cultuur’ is immers een breed begrip dat voor iedereen heel persoonlijk kan worden ingevuld.  ‘Cultuur’ is meer dan de zogenaamde ‘cultuur met een grote K’, die vaak louter toegankelijk is voor de culturele elite.

Cultuur gaat ook over jezelf als stad, als regio. Het is ook volkscultuur, culinaire tradities en gewoontes, ons culturele patrimonium. Met andere woorden: cultuur is broodnodig en onmisbaar voor een stad en haar inwoners. Cultuur geeft zuurstof aan een maatschappij en verzacht de zeden. Het is dus niet iets dat je zomaar wegmoffelt  onder de bezuinigingsmat.

Er is echter ook een positieve zijde. Bezuinigen leidt niet noodzakelijkerwijs tot het korten op je eigen toekomst als instelling. Ten eerste is het best ok om af en toe stil te staan bij de eigen werking. Iets wat bedrijfsleiders dagelijks doen. Bovendien nopen bezuinigingen tot creatief (-ver) omgaan met budget en middelen. Of men kan samenwerken met externe partners. Een mooi voorbeeld daarvan is het Gentse Huis van Alijn dat – in samenwerking met Google Cultural Institute – nu ook digitale expo’s organiseert en haar eigen collectie zo ook prettig toegankelijk maakt voor online bezoekers.

Waar ik wél nog wakker van lig is wie de bezuinigingsschaaf hanteert en waarop men bekort. Blind besparen heeft nog nooit zijn waarde bewezen. Besparen moet je doen op de ‘juiste’ dingen.  Meer doen met minder, bijvoorbeeld. Niet zoals het cc Hasselt waar de educatieve werking kop van jut is. Cultuur is immers broodnodig. Zeker voor de jonge generatie die opgroeit in een maatschappij waar schijnbaar alles om centen draait.

Het gaat ook over respect voor jezelf, je verleden als stad. De innerlijke Hasselaar wil ook wat en daar moet de overheid duurzaam over waken.

Photo credit: Caucas' via photopin cc

maandag 3 juni 2013

Gevoel of realliteit?


Drie op de tien passagiers en passanten voelen zich – vooral tussen 18u en 22u en in het donker - onveilig in de Hasseltse stationsbuurt, wees recent onderzoek uit.. Bijgevolg zal de politie er voortaan vier tot vijf uur per dag patrouilleren. Hun belangrijkste doel is om dealers van straat te plukken, overlast van druggebruikers, dronken bezoekers en hangjongeren aan te pakken en vandalisme te voorkomen.

Dat het belangrijk  is dat een stad – in de gedaante van politieagent - optreedt als het gedrag van haar inwoners ontspoort, staat als een paal boven water. Waar ik persoonlijk moeite mee heb in het aangehaalde onderzoek is het woord ‘gevoel’.  Is de maatregel om meer blauw in het straatbeeld te brengen – op basis van een angstgevoel – wel gerechtvaardigd, komt als eerste gedachte bij me naar boven? Vooral als ik in hetzelfde artikel lees dat het eigenlijke slachtofferschap ‘nog blijkt mee te vallen’ in de realiteit.

Volgens Frank Furedi, internationaal gerenommeerd professor sociologie, leven we in de relatief meest veilige tijden ooit. Het enige waar we echt schrik voor moeten hebben is de allesoverheersende cultuur van angst. Mensen die zich angstig en bedreigd voelen, worden immers vaak een gevaar voor zichzelf en anderen.

Persoonlijk heb ik me nooit ‘veiliger’ gevoel dan in een grootstad als New York. Ondanks het feit dat iedereen me gewaarschuwd had voor allerlei onheil in de Amerikaanse jungle, bleek de realiteit goed mee te vallen. Zelfs als vrouw alleen voelde ik me helemaal op mijn gemak – ook ’s avonds. Achteraf kwam ik te weten dat de New Yorkse politie de voorbije jaren hard had ingezet op ‘veiligheid’ en het indijken van de criminaliteit. Bijgevolg was het aantal criminele feiten drastisch gedaald en het veiligheidsgevoel sterk gestegen.

Niettemin gaven ze toe dat ‘veiligheid in de brede zin’ niet alleen afhankelijk is van het indijken van de criminaliteit Ook factoren als properheid van de straten en buurten, het indijken van de leegstand, lawaaioverlast enz. spelen een belangrijke rol. Het hangt ook samen met de economische realiteit in een land of een stad.

Als we dus van Hasselt een stad willen maken waar jong en oud zich veilig voelen en zich niet geremd weten in hun activiteiten, dan moeten we samen inzetten op een ruimer veiligheidsbeleid. Dan moeten we onder meer samen werken aan een cultuur van verdraagzaamheid ten aanzien van iedereen die ‘anders’ is of er anders eruitziet en elkaars grenzen en beperkingen respecteren.

Het volstaat niet om meer blauw in de stad neer te poten. Aan een veilige stad kan iedereen bijdragen. Ook u en ik.


Photo credit: bernat... via photopin cc

zondag 5 mei 2013

Gratis is duurkoop



Vorige week kwam definitief een einde aan het gratis busvervoer in Hasselt. Na 16 jaar besliste het Hasseltse stadsbestuur – vanwege budgettaire redenen - komaf te maken met het paradepaardje van toenmalig burgemeester Steve Stevaert. Alleen jongeren tot 19 jaar en ouderen vanaf 65 jaar glippen nog door de mazen van het besparingsnet. 

De reacties op deze beslissing zijn verdeeld. Velen wijzen het huidige stadsbestuur met de vinger, omdat zij haar verkiezingsbeloftes niet heeft gehouden. Anderen halen het milieu aan als reden om het busvervoer gratis te houden. Ook zou het stadscentrum moeilijk met de wagen bereikbaar zijn. En noem maar op. 

Zelf ben ik een fervent gebruiker van het openbaar vervoer. Ten eerste vind ik het niet fijn om met de auto te rijden en ten tweede woon ik in het centrum, dus alles is voor mij gemakkelijk bereikbaar te voet of met de fiets – een voorrecht, besef ik. Ook toen ik in Gent woonde kocht ik steevast een busabonnement om me te verplaatsen binnen en buiten de stad.

Toch ben ik niet tegen de beslissing van het stadsbestuur van de stad Hasselt en vind ik de vele negatieve reacties niet helemaal terecht. 

Het is erg gemakkelijk om het huidige stadsbestuur als boeman te beschouwen, maar zij vereffenen slechts de uitgestelde rekening van vele jaren gratis-beleid in Hasselt. 

Toegegeven, het gratis maken van het openbaar vervoer was een mooie marketingstunt voor een stad die zich profileert als studenten- en winkelstad. Anderzijds kunnen we niet negeren dat het al jaren een kwalijke gewoonte is van beleidsmakers in Vlaanderen om verkiezingsslagen te winnen door sinterklaas te spelen. Als het op centen aankomt, is de stembusganger natuurlijk een makkelijk prooi. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat deze populariteitsmaatregelen zelden of nooit een duurzaam effect hebben. Gratis bestaat namelijk niet. Iemand moet de rekening betalen vroeg of laat. Bovendien is bewezen dat ‘gratis’ zelden of nooit naar waarde geschat worden. 

Persoonlijk ben ik voorstander van het solidariteitsprincipe: iedereen is gelijk voor de wet en betaalt een minimale bijdrage – bijvoorbeeld 30 eurocent voor een kaartje. Ongeacht de leeftijd of het inkomen.

Zo wordt niemand benadeeld en kan een efficiënt en toegankelijk openbaar bestuur ten allen tijde gegarandeerd worden. Mobiliteit is immers een basisrecht voor iedereen. Het garandeert individuele vrijheid en daar draag ik graag mijn steentje toe bij. 

Photo credit: @Doug88888 via photopin cc

maandag 22 april 2013

Pleidooi voor de stilte


Sinds vorige week heeft Hasselt een ‘overlastofficier’ in dienst. Hoofdinspecteur Johan Tomsin van de politiezone HAZODI moet de overlastproblemen in de stad aanpakken.Vooral geluidshinder wordt zijn prioriteit, las ik in de krant vorige week. 

Een moedige beslissing, denk ik bij mezelf, dat Hasselt prioriteit geeft aan een stad waar ruimte is voor stilte.

Ook ik snak af en toe naar wat rust. Ondanks het feit dat ik kan genieten van de gezellige drukte van het stadsleven, vind ik het belangrijk dat ik ook af en toe mezelf kan terugtrekken om het hoofd leeg te maken en de batterijen weer op te laden.

Ik zie dezelfde behoefte ook bij anderen. Studenten, bijvoorbeeld, zijn meer en meer op zoek naar stille ruimtes om zonder afleiding van muziek, televisie of sociale media te studeren of gewoonweg te reflexeren. Zo worden bibliotheken binnen - én buiten - de examenperiodes overspoeld door meutes studenten die op zoek zijn naar dat ene zeldzame plekje waar het rustig vertoeven is. 

Toch stel ik vast dat niet iedereen deze mening deelt. Zo wordt mijn eigen nachtrust meer dan eens onderbroken door het monotone gedreun van bassen of de uitgelaten kreten van enkele nachtbrakers op het Dusartplein. Begrijp me niet verkeerd, ik vind het fijn dat mensen zich kunnen uitleven in één van de talrijke gezellige cafétjes in het Hasseltse, maar waarom dit ten koste moet gaan van de nachtrust van de medebewoners is mij een raadsel. 

Stilte is immers een schaars goed geworden in onze consumptiegerichte maatschappij en daarmee moet je behoedzaam omgaan. Stilte nodigt uit tot introspectie en een goed gesprek.  Het zorgt ervoor dat mensen weer met elkaar in dialoog kunnen gaan en dat kan de samenleving alleen maar ten goede komen.

Photo credit: ToniVC via photopin cc

donderdag 14 maart 2013

Bovenmaats ondernemen



Wie regelmatig door het centrum van Hasselt wandelt heeft het vast al opgemerkt: het grote aantal winkelruimtes dat leeg staat en er soms onderkomen bij ligt.  Het is geen verschijnsel dat beperkt blijft tot Hasselt, las ik onlangs in de krant. Leegstand is ook een kwaal in andere Vlaamse provincies en centrumsteden met respectievelijk Antwerpen en Turnhout op kop. Als stad komt Hasselt komt op de zevende plaats met maar liefst 9,5 % leegstaande winkelruimtes. Ten opzichte van 2012 is er bovendien een opvallende stijging genoteerd. 

Over de oorzaken wordt met geen woord gerept, maar die liggen voor de hand. De economische crisis grijpt sneller dan ooit om zich heen, wat een forse weerslag heeft op het koopgedrag van consumenten en het ondernemersvertrouwen (al was daar de voorbije  feestperiode weinig van te merken). Bovendien ging in februari weer een recordaantal bedrijven over kop. Opleidingen zijn immers niet altijd naadloos afgestemd op de grillige noden van de markt en vaak hebben starters onrealistische verwachtingen. Ondernemen vraagt bovendien meer dan ooit moed, visie, en professionaliteit. Eigenschappen die men niet altijd op de schoolbanken verwerft. Om dit hiaat te dichten, gaat binnenkort in Limburg ‘Ondernemers voor de Klas’ van start, een grootschalig netwerkproject tussen scholen en bedrijven van Vlaanderen met als doel het met elkaar in dialoog brengen van ondernemers en jongeren zodat die laatste kunnen kennismaken met bekende en minder bekende aspecten van het ondernemen. Een initiatief dat ongetwijfeld een veelbelovend staartje krijgt, als je het mij vraagt.

Een actie die focust op de leegstand is ‘Het gat in de markt’ waarmee KBC de talrijke gaten in de Vlaamse markt in kaart wil brengen. Ook in Hasselt hangen talrijke affiches die voorbijgangers uitnodigen tot het inzenden van een businessidee. Ondanks het feit dat het in de eerste plaats een gewone reclamestunt is, vind ik het idee erachter best sterk. Wie anders dan de inwoners en frequente bezoekers van een stad kunnen beter oordelen waaraan er – op commercieel vlak - nood is. Bovendien is het een doeltreffend middel om de opkomende verschraling van het winkelaanbod tegen te gaan. Meer en meer immers palmen grote ketens het dure hart van een stad in, zodat er geen plaats meer is voor kleine en vaak jonge ondernemers die misschien minder kapitaalkrachtig zijn, maar wel bulken van de creativiteit en ideeën. Het is echter die groep die een stad op commercieel vlak een toegevoegde waarde geeft. Niets is immers zo saai als eenheidsworst. Zeker in een stad die zich profileert als hoofdstad van de smaak.

Meer informatie over het project 'Vlajo Ondernemers voor de Klas'.

Een gat in de markt signaleren kan op: https://www.hetgatindemarkt.be/nl 


maandag 25 februari 2013

Vasten met smaak



De dioxinecrisis is amper verteerd of we worden alweer geconfronteerd met een nieuw schandaal in de voedselindustrie. De aanleiding voor de commotie is het feit dat veel bereide gerechten in plaats van rundsvlees – zoals op het etiket is aangeduid – paardenvlees bevatten. 

Persoonlijk begrijp ik de hele heisa rond dit gebeuren niet goed.  Natuurlijk keur ik het niet goed dat voedingsbedrijven het niet zo nauw nemen met een correcte etikettering, maar waarom zo’n heibel over paarden? Wat met de vele koeien, varkens enz. die sneuvelen in onze lasagne of hamburger? Is een koe dan minder waard dan een paard? Of voelen we ons als mens meer verwant aan het paard?

Ik zelf ben al sinds jaar en dag overtuigd vegetariër. De keuze om vlees van het menu te schrappen lag voor de hand: ten eerste brengt vlees mijn spijsvertering in de war en ten tweede vind ik het ‘onmenselijk’ dat talloze dieren in erbarmelijke omstandigheden moeten leven en sterven louter in naam van de heilige willekeur van de voedselconsument. Ook mijn vriend heeft ondertussen de keuze gemaakt om minder vlees te eten – gewoonweg omdat hij zich daardoor een stuk fitter voelt.

In mijn thuisstad Gent was ik echt verwend als vegetariër. Alleen al in mijn buurt waren er zo’n tiental restaurantjes die er dagelijks in slaagden tegen een eerlijke prijs een vlees- en visloos aanbod in de markt te zetten. Ik was dan ook blij verrast toen ik het veggieplan van Hasselt in de bus vond. Groot was echter mijn teleurstelling toen ik de lijst van deelnemende zaken en hun menu bekeek. Het gros daarvan biedt een flauw afkooksel – vleesloos, dat wel – aan van hun bestaande gerechten. Bovendien ontbrak op de lijst één van de zeldzame horecazaken in Hasselt die de term ‘biologisch’ hoog in het vaandel draagt.

Dat kan beter, dacht ik. ‘Vegetarisme’ gaat immers niet over ‘eten zonder vlees of vis’. Het is een levenswijze die staat voor een bewuste manier van leven met respect voor zichzelf, voor de medemens en voor de natuur en dieren rondom ons. Bovendien hebben vele chef-koks al bewezen dat het ontbreken van vlees geen synoniem hoeft te zijn van een smakeloze en eenzijdige maaltijd. Integendeel, het vergt durf en creativiteit om met volwaardige, verse en smakelijke ingrediënten – die we hier in Limburg aan overvloed hebben - aan de slag te gaan in de keuken.

En neen, het is niet mijn bedoeling om de vele overtuigde carnivoren onder u te bekeren tot het vegetarisme. Maar misschien mag ik u wel uitdagen om deze vastenperiode even bewust stil te staan bij wat u in uw winkelwagentje legt? U en uw huisgenoten zullen er wel bij varen. 

Inspiratie nodig? Neem een kijkje op de website van de actie ‘Dagen zonder vlees’.

Photo credit: tricky (rick harrison) via photopin cc

dinsdag 12 februari 2013

Sunday Blues



Onlangs kondigde de stad Maastricht aan dat winkels bij wijze van proef iedere zondag mogen opengaan. Meteen rees de vraag bij mezelf of een dergelijk scenario denkbaar of wenselijk zou zijn in Hasselt, nog altijd dé winkelstad bij uitstek voor vele Limburgers? Een debat met ongetwijfeld veel voor- en tegenstanders. Mij stemt een dergelijke denkoefening niet meteen optimistisch. 

De eerste bedenking die ik mij maak is: ‘Arm Vlaanderen’.  Waar is de tijd dat zondag nog de dag bij uitstek was om gezellig samen te zijn met vrienden en familie of om domweg eens zalig niets te doen – wat trouwens bijzonder goed is voor de creativiteit, las ik - ? Is ons leven zo leeg geworden dat we die leegte systematisch met materiële dingen moeten vullen?

Voorstanders zullen wel beweren dat zondagsopeningen onder andere meer leven brengen in een stad zoals Hasselt, die er op zondag vaak verlaten bij ligt. Of dergelijk initiatief echter automatisch de lokale economie en werkgelegenheid aanzwengelt is nog maar de vraag. Persoonlijk denk ik dat mensen gewoon hun aankopen meer zullen spreiden in de tijd. Bovendien diversiteit winkels – zelfstandige winkeliers.

Voor mij en mijn vriend is de zondag steevast het moment om schaamteloos lang te genieten van een uitgebreid ontbijt en om wat cultuur op te snuiven. 

Ik geef eerlijk toe dat we voor dat laatste vaak naar andere steden dan Hasselt gaan. Gent is zo’n mooi voorbeeld van een stad waar op zondag steevast een gezellige sfeer heerst. Ten eerste zijn er de vele sympathieke markten – zoals de wekelijkse boekenmarkt op de Ajuinlei - en ten tweede is er heel wat volk op de been voor ofwel een gezellig etentje in de ontelbare eetgelegenheden of voor een bezoekje aan de vele cultuurhuizen. 

Conclusie: het is echt niet nodig om systematisch de winkels te openen om een stad leven in te blazen op zondag. De gezelligheid en gemoedelijkheid die er heersen zijn immers niet te koop met geld, maar spruiten spontaan voort uit de mensen die er leven en wonen elke dag weer.

Photo credit: blinkingidiot via photopin cc

zondag 27 januari 2013

De mazen van het net


Vorige week werd mijn aandacht getrokken door volgend bericht in de online editie van Het Belang van Hasselt: ‘De Brug bestrijdt armoede met hulpverlening, vorming en actie’. “De Brug is een vereniging waarin armen het woord nemen, lees ik. Ze kan terugblikken op een hele staat van verdienste. In de loop der jaren heeft ze heel wat mensen met financiële en andere problemen uit de eenzame ellende samengebracht en een stem gegeven”.

Ik vind het hartverwarmend om te lezen dat zoveel mensen  zich dagelijks – vaak belangeloos  als vrijwilliger - inzetten voor de zwakkeren in onze maatschappij. Meer en meer mensen vallen immers door de mazen van het maatschappelijke net door ziekte, armoede, ouderdom enz.. En dat aantal groeit nog. De economische crisis heeft meedogenloos toegeslagen bij veel mensen, wat niet alleen zorgt voor meer materiële armoede, maar – in het kielzog daarvan – meer sociale isolatie en emotionele eenzaamheid. Zeker in tijden waarin zelfredzaamheid gelijk staat aan succes.

Bovendien houden professionele zorg- en hulpverleners - door de verregaande bezuinigingen en het doorgedraaide efficiëntiestreven - steeds minder tijd over om tijd te besteden aan de mens achter de patiënt of hulpbehoevende. Want zieken, ouderen, enz. hebben meer nodig dan wat voorzien is door de sterk afgeroomde budgetten en krappe werkroosters.  Het is bij uitstek een groep die nood heeft aan een luisterend oor, een glimlach en een opbeurend gesprek.

Om dergelijke noden te ondervangen doen veel organisaties een beroep op vrijwilligers. Omdat  ‘tijd’ tegenwoordig schaars is, is het echter niet meer evident om die te vinden. Vooral het segment jonge mensen – meestal opgeslorpt door gezin en werk – is klein. 

Zelf ben ik sinds kort als vrijwilliger aan de slag in een organisatie in Leuven. In tegenstelling tot de meeste mensen, heb ik de luxe om over extra vrije tijd te beschikken, die ik graag zinvol doorbreng. Binnen deze organisatie werk ik met mensen die kort of langdurig ziek zijn en op zoek zijn naar een luisterend oor of praktische vragen hebben rond hun ziekte. Ook de ruime omgeving van de patiënt is welkom. Voorlopig blijft mijn inzet beperkt tot het schrijven voor het driemaandelijkse tijdschrift, het beheren van een Facebookpagina enz.. Ondertussen volg ik de opleiding die voorzien is voor vrijwilligers. Geen overbodige luxe, want je hebt nog altijd te maken met mensen en die zijn kwetsbaar en uniek, net zoals u en ik. 

Wilt u ook uw steentje bijdragen? Ga dan op zondag 27 januari even langs voor een kennismaking met de mensen van De Brug Hasselt vzw op hun pannenkoekendag. 
Of neem een kijkje op hun website waar je onder meer een petitie kunt ondertekenen.

Meer informatie over vrijwilligerswerk: http://www.vrijwilligerswerk.be/  


Photo credit: vagelis xenos via photopin cc

vrijdag 18 januari 2013

Jaar van de smaak


Januari is traditioneel de maand van de wensen. Ook de stad Hasselt klinkt morgen op 2013 tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsdrink. Een waardevol initiatief, vind ik. Wensen maak je niet – zoals vele miljoenen Belgen dit jaar – over op Facebook of via een gratuit sms’je, maar op een persoonlijke en creatieve manier. Zo trek ik jaarlijks bewust tijd uit om iedereen in mijn naaste omgeving een passende wenskaart met een persoonlijke boodschap te sturen. Deze jaarlijkse gewoonte begint al vroeg op het jaar met het selecteren van de wenskaarten. Zo is mijn moeder dol op katten – zij krijgt dus een poezenkaart – en houdt mijn schoonmoeder van bloemen. Vervolgens begin ik eind november na te denken over een persoonlijke boodschap voor de ontvanger. Zo wens ik die ene vriend – een vrijgezel tegen wil en dank – een bloeiende liefde toe of dat ijverige nichtje veelbelovende schoolresultaten. U kunt me ouderwets noemen, maar zo’n persoonlijke wens haalt het toch op de talloze digitale alternatieven.

Januari is ook de maand van de voornemens.....Ook ik maak jaarlijks een indrukwekkende lijstje. Tegen beter weten in, want nog voor het einde van januari moet ik vaststellen dat menig voornemen al gesneuveld is. Waar ik dit jaar vooral benieuwd naar ben zijn de ambities van de stad Hasselt. 2012 was immers geen gemakkelijk jaar voor de Limburgse regio. Zo was er het economische én persoonlijke drama bij Ford Genk dat zich overal laat voelen. Het was ook een politiek tumultueus jaar. Zo zorgden de laatste gemeenteraadsverkziezingen voor een herverdeling van de kaarten. Misschien kan ik de stad Hasselt een handje helpen met het formuleren van voornemens voor dit jaar? Zo wens ik dat ze gestadig blijft inzetten op het stimuleren van de lokale economie gestoeld op de vele kernkwaliteiten van de stad en de provincie Limburg. Een economie die niet slaafs ingaat op de eisen van buitenlandse multinationals, maar eentje die op een vooruitstrevende manier investeert in de jongeren van vandaag.  Niet alleen door haar vol te proppen met kennis en weetjes, maar ook door het aanleren van vaardigheden zoals kritisch en creatief denken en handelen. Ook hoop ik dat Hasselt verder inzet op haar imago van hoofdstad van de smaak. Niet alleen op culinair vlak –  zoals met het vorige week aangekondigde evenement ‘Limburg Proeft’ - , maar ook op het vlak van cultuur, toerisme, ontspanning en welzijn. Alleen op die manier kunnen we samen werk maken van een stad die vastberaden de weg effent voor een beloftevolle toekomst. 

Photo credit: Renato Leme via photopin cc

Een boompje opzetten


De periode voor Kerstmis is voor mij steevast de fijnste en warmste periode van het jaar. 
Dit jaar wordt trouwens heel bijzonder: ik vier het feest namelijk voor het eerst in Hasselt én samen met de man van mijn leven.

Toch moet ik bekennen dat ik dit jaar niet onverdeeld gelukkig ben als ik om me heen kijk. Meer nog dan de vorige jaren valt het mij op hoe het commerciële aspect van Kerstmis in de verf wordt gezet.  Bovendien vervagen meer en meer de grenzen tussen de verschillende feesten. Zo was Sinterklaas amper in het land of de reclamefolders met kerstcadeautjes vielen al in de bus.

Is het een teken van onze tijd dat we steeds sneller en bij voorkeur meer moeten consumeren? Of heeft de economische crisis dit jaar zodanig hard toegeslagen dat  winkeliers nog snel voor het eindejaar hun stock de deur uit moeten werken? Wat nog meer is: al die materiële zaken  dragen niet bij tot ons geluk. Denk maar aan het stijgende succes van sites zoals eBay waar talloze overbodige geschenken gedropt worden op zoek naar een nieuwe eigenaar? Het fenomeen doet mij denken aan een passage uit het boek van Paul Verhaeghe ‘Identiteit’ waarin hij verwijst naar de huidige generatie die meer en meer het antwoord op ‘de grote vragen’ zoekt in consumeren. Een gevolg van de jarenlange tirannie van het neoliberale gedachtegoed. 

Niet toevallig lanceerde Bond Zonder Naam deze week ook haar campagne tegen eenzaamheid. Ondanks de overvloed aan communicatiemiddelen zoals sociale media, voelen we ons eenzamer dan ooit. Moet die ongebreidelde consumptiedrang onze sociale armoede compenseren, vraag ik mij af?

Gelukkig is er ook hoop. Zo las ik vorig weekend in de krant een getuigenis van een fan van de omstreden Smaakboom. Zoals vele anderen had zij maar liefst veertien borden aangebracht. Ondaks het feit dat ze meer van een groene boom hield, vond zij deze editie toch  erg bijzonder en mooi. Het lezen van dit bericht maakte mij eensklaps vrolijk. Een kerstboom waaraan menig Hasselaar heeft bijgedragen is toch bij uitstek het symbool van verbondenheid. Een teken dat deze stad staat voor verbinding en solidariteit. 

Laten we voor dit jaar de cadeautjes achterwege laten en zo’n bordje uit de Smaakboom bijschuiven aan de kerstdis. Wedden dat niemand uw aanbod afslaat?


Photo credit: gato-gato-gato via photopin cc

Een koud kunstje



November in Hasselt stond helemaal in het teken van de kunst. De Stedelijke Academie voor Schone Kunsten vierde haar 150e verjaardag en ook het kunstencentrum Z33 mocht tien kaarsjes uitblazen.  Dat beide verjaardagen op zoveel publieke belangstelling konden rekenen is voor mij een teken dat Hasselt barst van de creativiteit. Bovendien is het een fijne gedachte dat dergelijke initiatieven op duurzame wijze ondersteund worden door de stad die ik nu al enige maanden als mijn thuis beschouw.

‘Kunst’ – in de brede zin van het woord - speelt al heel mijn leven een belangrijke rol. Het begon al in de kleuterklas toen ik mijn moeders keukenkast –  het perfecte poppenhuis in mijn ogen - van een vrolijk kleurtje voorzag. Ook toen ik ouder werd liep de behoefte om mijn creativiteit te uiten – op allerlei fronten zoals schrijven, tekenen, schilderen,... –  als een rode draad door mijn bestaan. Niet alleen in mijn vrije tijd - als uitlaatklep voor mijn eindeloze fantasie- , maar ook op professioneel vlak heeft creatief bezig zijn me nog geen windeieren gelegd. Één van de eerste dingen die ik dan ook deed toen ik in Hasselt kwam wonen was me inschrijven aan de academie. Een beslissing waar ik nog geen spijt van heb gehad. 

Kortom, zichzelf als individu of als overheid engageren in ‘k(K)unst’ of ‘kunstonderwijs’, dat is investeren in de toekomst. Zo staat het ook in de catalogus die de Stedelijke Academie uitbracht ter gelegenheid van haar 150e verjaardag: “De enorm rijke ervaringen met de beeldende kunst, zowel in analoge als digitale toepassingen, (onder andere met animatiefilm) heeft een levenslange positieve invloed en betekenis voor zoveel enthousiaste en talentvolle kinderen uit de stad Hasselt en regio”.  Door te investeren in kunst bereidt een overheid zich samen met de toekomstige generatie voor op een kenniseconomie waar creativiteit en specialisatie hoogtij vieren. Misschien worden we op die manier ook iets minder afhankelijk van grote multinationals – zoals Ford – die bandwerk en massaproductie verhuist naar landen waar de dollar de plak zwaait. Misschien moeten we dan ook de ‘creativiteits-index’ – naast de loonindex -invoeren, als barometer van het economische klimaat. Een koud kunstje toch, voor de creatieve bollebozen in de Wetstraat?

Photo credit: MyTudut via photopin cc

Te boek of niet te boek


Vorige week bezocht ik – naar jaarlijkse gewoonte - de Antwerpse boekenbeurs. U kunt het misschien al raden, maar ook voor boeken heb ik een zwak. Een passie – volgens mijn naasten veeleer een ‘manie’ - die zich niet alleen uit in het lezen van boeken, maar ook in het hamsteren ervan. Bovendien beperkt mijn verzamelwoede zich niet tot vederlichte pocketformaten, maar prijken er ook talrijke kunstboeken – lees ‘zware turven’ – in één van mijn vele boekenkasten. Vraagt u het maar aan mijn vriend. Uitgerekend op de warmste dag van dit jaar heeft hij tientallen dozen – met boeken, wat anders? - van Gent naar Hasselt versjouwd. Hij kijkt alvast reikhalzend uit naar de dag dat e-books steevast het papieren equivalent zullen vervangen.  

Mijn passie voor boeken gaat zelfs zo ver dat het me ooit aanzette tot het studeren van bibliotheek- en informatiewetenschappen. Al dient gezegd dat ik – pas na enige jaren - ontdekte dat bibliotheken maar bitter weinig om boeken draaien, maar vooral om mensen zoals u en ik. 

De bibliotheek hier in Hasselt was dan ook één van de eerste plaatsen die ik bezocht als kersverse inwoner van Hasselt.  Het is namelijk een gegeven dat mijn leeshonger zich niet beperkt tot mijn eigen voorraad – die ik  nochtans met enige regelmaat van nieuwe boeken voorzie – maar ook tot andere – bij voorkeur meer uitgebreide - collecties. 

Een eeuwig probleem van de fysieke bibliotheek blijft echter de beperktheid van de collectie en het feit dat net dat ene boek dat jij zo graag wilt steevast is uitgeleend.  Dit euvel dwong me dan ook om op zoek te gaan naar een boekenwinkel in Hasselt.  Het dient gezegd: de oogst viel vrij mager uit. Wel enigszins verrassend voor een stad waarin Hendrik van Veldeke, de eerste Nederlandse schrijver die we bij naam kennen, ooit het licht zag. Nu moet ik toegeven dat ik op dat vlak wel danig verwend was in Gent waar – naast de grote ketens – nog plaats is voor de kwalitatieve, kleinschalige boekhandel waar deskundigheid én het vermogen om de klant te verrassen nog centraal staan.  Toch blijft die ene vraag hangen: is de kritische massa hier te klein voor een eigenzinnige boekhandel, ligt het aan de boekhandelaars,...? Joost  mag het weten.

Nu, ik blijf alvast niet op mijn honger zitten en heb me ingeschreven voor de leesgroep die begin december van start gaat in literair café én boekhandel De Tijd Hervonden. U komt toch ook?

Photo credit: Felix Schmidt Photography (Fiduz) via photopin cc

Mag het iets meer zijn?


Vorige week werd mijn aandacht getrokken door een kleurrijke folder die uitnodigt om te komen proeven van één van de vele markten in Limburg.

Nu moet u weten dat ik toevallig een zwak heb voor markten. Waar ik ook kom, ik moet en zal de plaatselijke markt bezocht hebben. Momenteel woon ik op het Dusartplein in Hasselt, dus op dat vlak ben ik wel echt verwend: zo heb ik de markt twee maal per week binnen handbereik. Om nog maar te zwijgen van de gezellige antiek- en brocantemarkt op zaterdag waar menige curiosa wachten op een tweede leven.

De levendige marktcultuur hier in Hasselt, en meer algemeen in het Limburgse, is trouwens één van die dingen die me ‘verleid’ hebben om van Gent naar de andere kant van het land te verhuizen. Ik ben namelijk vegetariër en dus is het groene Limburg een waar walhalla van groenten en fruit voor mij.  Bovendien ziet u mij geregeld zeulen met kilo’s fruit voor het bereiden van mijn beruchte confituren.

Nu hebben we in Gent ook wel enige markten van formaat. Denk maar aan de wekelijkse boeken- en bloemenmarkt, de wekelijkse Vrijdagmarkt , de biomarkt, .... enz.. Toch bieden de markten hier – meer specifiek in het Hasseltse – net dat beetje meer.

Zo is de wekelijkse markt op het Dusartplein een perfecte afspiegeling van van de lokale economie en samenleving. Een staalkaart van de couleur locale, als het ware.
Wat mij vooral aantrekt is het feit dat hier vele lokale, kleinschalige bedrijven en sociale tewerkstellingsprojecten zoals De Wroeter,  De Winning, de geitenboerderij in Peer, enz. hun vaste stek veroverd hebben. Deze mix overgoten met een sausje van Limburgse gastvrijheid biedt voor mij telkens weer een aangename uitstap uit de dagelijkse waan.

In tegenstelling tot de negatieve vooruitzichten op de Limburgse economie zie ik het persoonlijk niet zo somber in. Misschien moeten we wel terug naar de kleinschaligheid van de lokale warenmarkt waar vraag en aanbod hand in hand gaan en waar nog plaats is voor menselijkheid en eerlijke en dier-en milieuvriendelijke teelt en handel?

Toch nog dit. Soms leidt het verse en verleidelijke aanbod van een markt ook tot heikele toestanden. Zo werd ik onlangs nog ongewild betrokken in een mondeling speergevecht over welke klant nu recht had op die o zo verleidelijke laatste krop sla. Zo zie je maar dat  ook een onschuldig tijdverdrijf als het bezoeken van een markt uw gezondheid kan schaden. U bent gewaarschuwd.

Photo credit: dachalan via photopin cc

Vlaaien en andere culinaire misverstanden



U zult wellicht verbaasd zijn te vernemen dat u hier regelmatig een stukje zult lezen van een geboren en getogen Gentse. Ik kan u alvast gerust stellen. U bent niet de enige. Toen ik enkele maanden geleden mijn familieleden en vrienden op de hoogte bracht van mijn plannen om naar de andere kant van het land – meerbepaald naar Hasselt – te verhuizen trokken ook zij grote ogen. Wat had Hasselt meer te bieden dan een wereldstad als Gent? Of ‘moest’ ik misschien verhuizen voor mijn werk? Dezelfde reactie kreeg ik onlangs van enkele Hasselaren. Waren zij dan vergeten – dacht ik bij mezelf - dat zij het voorrecht genoten te wonen in de ‘Hoofdstad van de Smaak’? 
In het kader van deze slogan is de stad Hasselt momenteel op zoek naar tijdloze Hasseltse smaken: voorwerpen, personen, plaatsen enz. die voor de Hasselaren symbool staan voor de Hasseltse smaak in al zijn facetten.

Mijn eerste culinaire ontdekking hier was – zoals u wel kunt raden – de Hasseltse speculaas. De enige echte, welteverstaan. Niet het flauwe afkooksel dat men in menig supermarktrek vindt. Neen, de speculaas die men bij een selecte club Hasseltse bakkers kan kopen. Bovendien is speculaas, zo leerde ik, geen ‘speculoos’ zoals we die in de rest van Vlaanderen kennen. 

Nu, zoals u misschien wel weet, kan ook Gent trots zijn op haar culinaire erfgoed. De ondertussen befaamde ‘cuberdon’ of ‘Gents neuzeke’ is wellicht het meest bekende voorbeeld. Om nog maar te zwijgen van de Gentse ‘mastellen’ – overheerlijk gestreken met bruine suiker zoals weerman Armand Pien ze het liefste had – en al dat andere lekkers. Je kan er in Gent niet naast kijken: overal vind je kraampjes die het mierzoete snoepje aan de man brengen. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik onlangs op de jaarmarkt in Hasselt een marktkramer ontdekte die enthousiast de enige echte cuberdons stond aan te prijzen. Zo vond ik toch nog een stukje Gent terug in Hasselt. 

Nu zijn er nog enige gelijkenissen tussen speculoos en speculaas, maar onlangs had ik te maken met een waar culinair misverstand, nl. vlaaien. Nu moet u weten dat ik opgegroeid ben in de Gentse deelgemeente Oostakker, waar jaarlijks de ‘vlaaiendinsdag’ wordt gevierd. Het smeuïge, bruinkleurige gebak met knapperig korstje dat mijn moeder steevast met de kermis bakte, leek in de verste verte niet op de fruitige vlaaien die ik hier bij de bakker in de etalage zag. 

Ongetwijfeld staan me de komende weken en maanden nog dergelijke verrassingen te wachten. Ik deel ze graag met u.

Photo credit: dhammza via photopin cc