Vorige week kwam definitief een einde aan het gratis busvervoer in Hasselt. Na 16 jaar besliste het Hasseltse stadsbestuur – vanwege budgettaire redenen - komaf te maken met het paradepaardje van toenmalig burgemeester Steve Stevaert. Alleen jongeren tot 19 jaar en ouderen vanaf 65 jaar glippen nog door de mazen van het besparingsnet.
De reacties op deze beslissing zijn verdeeld. Velen wijzen het huidige stadsbestuur met de vinger, omdat zij haar verkiezingsbeloftes niet heeft gehouden. Anderen halen het milieu aan als reden om het busvervoer gratis te houden. Ook zou het stadscentrum moeilijk met de wagen bereikbaar zijn. En noem maar op.
Zelf ben ik een fervent gebruiker van het openbaar vervoer. Ten eerste vind ik het niet fijn om met de auto te rijden en ten tweede woon ik in het centrum, dus alles is voor mij gemakkelijk bereikbaar te voet of met de fiets – een voorrecht, besef ik. Ook toen ik in Gent woonde kocht ik steevast een busabonnement om me te verplaatsen binnen en buiten de stad.
Toch ben ik niet tegen de beslissing van het stadsbestuur van de stad Hasselt en vind ik de vele negatieve reacties niet helemaal terecht.
Het is erg gemakkelijk om het huidige stadsbestuur als boeman te beschouwen, maar zij vereffenen slechts de uitgestelde rekening van vele jaren gratis-beleid in Hasselt.
Toegegeven, het gratis maken van het openbaar vervoer was een mooie marketingstunt voor een stad die zich profileert als studenten- en winkelstad. Anderzijds kunnen we niet negeren dat het al jaren een kwalijke gewoonte is van beleidsmakers in Vlaanderen om verkiezingsslagen te winnen door sinterklaas te spelen. Als het op centen aankomt, is de stembusganger natuurlijk een makkelijk prooi. Jammer genoeg moeten we vaststellen dat deze populariteitsmaatregelen zelden of nooit een duurzaam effect hebben. Gratis bestaat namelijk niet. Iemand moet de rekening betalen vroeg of laat. Bovendien is bewezen dat ‘gratis’ zelden of nooit naar waarde geschat worden.
Persoonlijk ben ik voorstander van het solidariteitsprincipe: iedereen is gelijk voor de wet en betaalt een minimale bijdrage – bijvoorbeeld 30 eurocent voor een kaartje. Ongeacht de leeftijd of het inkomen.
Zo wordt niemand benadeeld en kan een efficiënt en toegankelijk openbaar bestuur ten allen tijde gegarandeerd worden. Mobiliteit is immers een basisrecht voor iedereen. Het garandeert individuele vrijheid en daar draag ik graag mijn steentje toe bij.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten