Vorige week kondigde de stad Hasselt aan dat ze ongeveer zeven tot tien procent zal besparen op culturele activiteiten. Dit nieuws komt niet helemaal onverwacht. Heel wat steden en gemeenten verkeren momenteel in financieel noodweer. Ook in Limburg. Zo zagen het cultuurcentrum en de bibliotheek in Genk hun programmabudget al gekort, onder meer door de hoge druk van de sluiting van Ford Genk op de stedelijke inkomsten. Nu is het dus ook de beurt aan Hasselt.
Dit betekent concreet dat onder andere het cultuurcentrum Hasselt het komend seizoen moet stellen met ruim 150 000 euro minder, drie werknemers worden niet vervangen en cursussen en educatieve projecten worden afgeschaft. Ook het Modemuseum in Hasselt krijgt rake klappen. Van zijn benodigde budget voor de expositie 25 jaar Modemuseum Hasselt in 2014 gaat de helft af, terwijl op de buitengewone begroting (voor gebouw, collectie…) slechts 25% van de gevraagde bedragen is toegekend. En noem maar op.
Dergelijke berichtgeving stemt me allerminst vrolijk. ‘Cultuur’ is immers een breed begrip dat voor iedereen heel persoonlijk kan worden ingevuld. ‘Cultuur’ is meer dan de zogenaamde ‘cultuur met een grote K’, die vaak louter toegankelijk is voor de culturele elite.
Cultuur gaat ook over jezelf als stad, als regio. Het is ook volkscultuur, culinaire tradities en gewoontes, ons culturele patrimonium. Met andere woorden: cultuur is broodnodig en onmisbaar voor een stad en haar inwoners. Cultuur geeft zuurstof aan een maatschappij en verzacht de zeden. Het is dus niet iets dat je zomaar wegmoffelt onder de bezuinigingsmat.
Er is echter ook een positieve zijde. Bezuinigen leidt niet noodzakelijkerwijs tot het korten op je eigen toekomst als instelling. Ten eerste is het best ok om af en toe stil te staan bij de eigen werking. Iets wat bedrijfsleiders dagelijks doen. Bovendien nopen bezuinigingen tot creatief (-ver) omgaan met budget en middelen. Of men kan samenwerken met externe partners. Een mooi voorbeeld daarvan is het Gentse Huis van Alijn dat – in samenwerking met Google Cultural Institute – nu ook digitale expo’s organiseert en haar eigen collectie zo ook prettig toegankelijk maakt voor online bezoekers.
Waar ik wél nog wakker van lig is wie de bezuinigingsschaaf hanteert en waarop men bekort. Blind besparen heeft nog nooit zijn waarde bewezen. Besparen moet je doen op de ‘juiste’ dingen. Meer doen met minder, bijvoorbeeld. Niet zoals het cc Hasselt waar de educatieve werking kop van jut is. Cultuur is immers broodnodig. Zeker voor de jonge generatie die opgroeit in een maatschappij waar schijnbaar alles om centen draait.
Het gaat ook over respect voor jezelf, je verleden als stad. De innerlijke Hasselaar wil ook wat en daar moet de overheid duurzaam over waken.
Photo credit: Caucas' via photopin ccDit betekent concreet dat onder andere het cultuurcentrum Hasselt het komend seizoen moet stellen met ruim 150 000 euro minder, drie werknemers worden niet vervangen en cursussen en educatieve projecten worden afgeschaft. Ook het Modemuseum in Hasselt krijgt rake klappen. Van zijn benodigde budget voor de expositie 25 jaar Modemuseum Hasselt in 2014 gaat de helft af, terwijl op de buitengewone begroting (voor gebouw, collectie…) slechts 25% van de gevraagde bedragen is toegekend. En noem maar op.
Dergelijke berichtgeving stemt me allerminst vrolijk. ‘Cultuur’ is immers een breed begrip dat voor iedereen heel persoonlijk kan worden ingevuld. ‘Cultuur’ is meer dan de zogenaamde ‘cultuur met een grote K’, die vaak louter toegankelijk is voor de culturele elite.
Cultuur gaat ook over jezelf als stad, als regio. Het is ook volkscultuur, culinaire tradities en gewoontes, ons culturele patrimonium. Met andere woorden: cultuur is broodnodig en onmisbaar voor een stad en haar inwoners. Cultuur geeft zuurstof aan een maatschappij en verzacht de zeden. Het is dus niet iets dat je zomaar wegmoffelt onder de bezuinigingsmat.
Er is echter ook een positieve zijde. Bezuinigen leidt niet noodzakelijkerwijs tot het korten op je eigen toekomst als instelling. Ten eerste is het best ok om af en toe stil te staan bij de eigen werking. Iets wat bedrijfsleiders dagelijks doen. Bovendien nopen bezuinigingen tot creatief (-ver) omgaan met budget en middelen. Of men kan samenwerken met externe partners. Een mooi voorbeeld daarvan is het Gentse Huis van Alijn dat – in samenwerking met Google Cultural Institute – nu ook digitale expo’s organiseert en haar eigen collectie zo ook prettig toegankelijk maakt voor online bezoekers.
Waar ik wél nog wakker van lig is wie de bezuinigingsschaaf hanteert en waarop men bekort. Blind besparen heeft nog nooit zijn waarde bewezen. Besparen moet je doen op de ‘juiste’ dingen. Meer doen met minder, bijvoorbeeld. Niet zoals het cc Hasselt waar de educatieve werking kop van jut is. Cultuur is immers broodnodig. Zeker voor de jonge generatie die opgroeit in een maatschappij waar schijnbaar alles om centen draait.
Het gaat ook over respect voor jezelf, je verleden als stad. De innerlijke Hasselaar wil ook wat en daar moet de overheid duurzaam over waken.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten